Hoe we de veiligheid geregeld hebben
Het vier-ogenprincipe. Er moet altijd een andere volwassene kunnen meekijken of meeluisteren met een pedagogisch medewerker. Bij ons zit dat in het gebouw zelf en in het rooster: we zorgen dat niemand voorspelbaar lang alleen met kinderen is, voegen groepen samen waar dat helpt, en zetten stagiairs boventallig in als extra paar ogen. Hoe we dat precies doen staat uitgewerkt in ons vier-ogenprotocol.
Vaste gezichten. Een vast gezicht is een medewerker die er vrijwel altijd is als jouw kind er is. Dat geeft sociaal-emotionele veiligheid, en voor baby’s gelden daarbij strengere eisen dan voor oudere kinderen. Valt er iemand uit, dan wordt die vervangen door een collega van de andere groep, dus door iemand die je kind al kent in plaats van een onbekende invaller.
Elk jaar opnieuw nagelopen. Eén keer per jaar voeren we een risico-inventarisatie uit op veiligheid en gezondheid: waar loopt een kind hier risico, en wat doen we eraan. Wat daaruit komt gaat in een actieplan, en de punten met de hoogste prioriteit pakken we als eerste aan. De GGD controleert jaarlijks of het klopt.
Altijd iemand achter de hand. Aan het begin en eind van de dag mag een medewerker onder voorwaarden even alleen op de groep staan. Er is dan altijd een achterwacht die binnen korte tijd aanwezig kan zijn. Valt iemand uit, dan vangt een collega van de andere groep dat op, dus iemand die je kind al kent.
Al deze protocollen liggen op kantoor ter inzage; vraag er gerust naar. Het volledige pedagogisch beleidsplan kun je downloaden.